Somertijds moppen van 16 augustus 2010
Wat is een fastfoodketen voor allochtonen?
De Inburger King.
Hoe noem je een islamitische reddingshond?
Halalassie.
Hoe noem je een oude, Duitse, impotente politieagent?
Prostaatfort.
Hoe noem je een sprookjesfiguur met een houten telefoon?
Pinokia.
Jantje zit met zijn klasgenootjes in de Duitse les. De juffrouw heeft een oefening bedacht en legt deze uit: “Wie kan een zin bedenken waar de drie Duitse lidwoorden DER, DIE en DAS in voorkomen?” Jantje denkt even na en steekt zijn vinger op. De juffrouw ziet dit en vraagt Jantje zijn zin op te zeggen. Jantje zegt: “Nou juf, meine schwester hat ein kindchen bekommen”. De juf antwoordt: “Maar Jantje, daar zitten toch niet de drie lidwoorden in?” Waarop Jantje zegt: “Maar ik was nog niet klaar”. En hij gaat verder: “…aber der die das gemacht hat, ist verschwunden”.
Boer’n wiesheid:
“Als de hond naar varken ruikt, heeft hij vast de zeug misbruikt”.
Twee vrienden gaan paardrijden maar één van hen heeft nog nooit op zo’n dier gezeten. Doordat hij verkeerd opstapt, komt hij achterstevoren op het dier te zitten. Zijn vriend schatert het uit van het lachen en zegt: “Je kunt er niets van. Je zit verkeerd op het paard!” De vriend voelt zich zwaar beledigd en zegt bits: “Jij hebt ook altijd commentaar op mij, maar hoe weet jij nou welke kant ik op wil?!”
Man en vrouw zijn in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. De kinderen komen ter sprake en de vrouw vindt dat zij recht heeft op de kinderen, omdat zij ze gebaard heeft. De man is een andere mening toegedaan: “Edelachtbare, het is toch allemaal heel simpel? Stel, ik gooi vijf euro in een sigarettenautomaat. Van wie is dan het pakje sigaretten, van mij of van de automaat?”